Belastingwijzigingen 2018

Dit zijn de wijzigingen op de inkomstenbelasting (box 1) zoals die ingaan op 1 januari 2018.

  • In de eerste schijf blijven de tarieven van de inkomstenbelasting volgend voor iedereen gelijk aan 2017.
  • In de tweede en derde schijf gaat het belastingtarief met 0,05 % omhoog.
  • De tarieven van de vierde schijf gaan juist met 0,05 % omlaag ten opzichte van 2017.
  • De derde schijf eindigt in 2018 vanwege indexatie bij een inkomen van € 68.507 (2017: € 67.072).

 AOW'er geboren na 1945 AOW'er geboren voor 1 januari 1946 belastingplichtigen tot aow leeftijd

Mogelijk kunt u door middel van een lijfrentepremie deze fiscaal aftrekken tegen 51,95% en in de toekomst laten belasten tegen een lager tarief. Daar komt bij dat de waardestijging van het lijfrentekapitaal onbelast is. Bel ons voor meer informatie.

Wat gebeurt er met de Box 3-heffing in 2018?

Met ingang van 2017 is de manier waarop vermogensrendement in box 3 wordt geheven herzien. Hier vindt u een uitgebreide uitleg over de vermogensbelasting 2018.

De staatssecretaris van Financiën heeft de definitieve rendementen voor 2018 doorgegeven. Het forfaitaire rendement voor 2018 komt voor sparen uit op 0,36% (2017: 1,63%) en voor beleggen op 5,38% (2017: 5,39%).

Gedeelte van de grondslag meer dan Maar niet meer dan Toerekening aan rendementsklasse I (sparen) Toerekening aan de rendementsklasse II (beleggen) Rendement 2017 Rendement 2018
€ 0 € 100.000 67% 33% 2,87% 2,02%
€ 100.000 € 1.000.000 21% 79% 4,60% 4,33%
€ 1.000.000 0% 100% 5,39% 5,38%

 

Ten opzichte van de laatste peildatum 1 januari 2017 gaat de box 3-heffing omlaag per nieuwe peildatum 1 januari 2018. Dit betekent in de praktijk dat voor iedereen met een box 3-vermogen van meer dan € 30.000 (fiscaal partners € 60.000) de belasting omlaag gaat.

Rekenvoorbeeld

Stel u hebt samen met uw partner een box 3-vermogen van € 200.000, dan betaalde u per peildatum 1 januari 2017 € 1.290 belasting, per peildatum 1 januari 2018 is dit € 1.190. Al met al een besparing van 100 euro (per persoon 50 euro).

De berekening gaat als volgt. Over de eerste € 30.000 hoeft u geen belasting te betalen, resteert € 70.000. Van dit bedrag wordt ervan uitgegaan dat 67% (ofwel € 46.900) een fictief rendement maakt van 0,36%, is € 169. Over de resterende € 23.100 wordt uitgegaan van een fictief rendement van 5,38% is € 1.242,78. In totaal € 1.411,78 x 30% inkomstenbelasting (het vaste tarief in box 3) is € 423,53 per persoon. Op basis van twee personen komt dit neer op € 847,07.

Anders beredeneerd: als u minder rendement maakt dan 0,42% (in dit geval) op uw box 3-vermogen dan bent u meer geld kwijt aan belasting dan het u aan rendement oplevert. Behaalt u echter (veel) meer rendement dan 0,42% dan betaalt u relatief weinig belasting in box 3. U kunt nu voor uw eigen situatie uitrekenen hoeveel belasting u naar verwachting kwijt bent per 1 januari 2018.

Hoe voorkomt u een hogere box 3-heffing?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem. Door bijvoorbeeld spaargeld te storten in een BV, een open fonds voor gemene rekening of in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) kan het nettorendement op het spaargeld worden verhoogd zonder extra risico te lopen. En als u een eigen woning heeft, dan kunt u uw box 3-heffing terugbrengen door de eigen woningschuld af te lossen. Over de eigen woning in box 1 wordt immers geen vermogensbelasting betaald, als er geen hypotheekrente wordt betaald. Heeft u veel spaargeld? Dan is de kans groot dat u meer betaalt aan hypotheekrente (zelfs met de teruggave) dan u aan rente op uw spaargeld ontvangt. Een andere optie is om te kijken of u de hypotheek van box 1 naar box 3 kunt verhuizen. Doordat de schuld naar box 3 overgaat komt het hier in mindering op uw bezittingen in box 3. Hierdoor betaalt u minder of zelfs geheel geen box 3-vermogensrendementsheffing.

Deze constructies zijn niet voor iedereen interessant en zeer divers, laat u daarom vooraf goed adviseren. Bel ons als u meer informatie wenst.

Ouderenkorting kan leiden tot koopkrachtdaling

Belastingplichtigen die aan het eind van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, hebben recht op ouderenkorting. De korting is bedoeld om de inkomenspositie van u als pensioengerechtigde te verbeteren. Als het verzamelinkomen niet meer is dan € 36.057, bedraagt de korting € 1.418. Maar als het verzamelinkomen ook maar 1 euro hoger is, valt de ouderkorting terug tot € 72. Al met al een daling van € 1.346.

Dit leidt tot een forse koopkrachtdaling bij een geringe toename van het inkomen. Het is daarom volgens de Eerste Kamer gewenst om de afbouw van de hoge naar de lage ouderenkorting geleidelijk te laten plaatsvinden.

Tip: Hou rekening met deze mogelijke maatregel en let op uw verzamelinkomen. Zeker in situaties waar deze rond het bedrag schommelt van € 36.000.

Inkeerregeling belasting ontduiking niet meer van kracht

Op 1 januari 2018 vervalt de inkeerregeling. Het is dan niet meer mogelijk om ‘op te biechten’ dat je belasting ontdoken hebt, en dan een lagere boete te krijgen. Die regeling gold tot op heden wel als je binnen twee jaar na het begaan van deze fraude tot inkeer kwam en alsnog netjes aangifte deed.

Er is wel een overgangsregeling: je mag nog opbiechten / tot inkeer komen over je belastingaangifte die je voor 2018 hebt gedaan of voor 2018 had moeten doen.

Tip: Eerlijkheid duurt het langst.

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder!

Lancyr Serviceteam

Lancyr Serviceteam

Lancyr is een landelijk netwerk van meer dan 100 financieel specialisten. Neem contact op met een de financieel adviseurs bij u in de buurt voor persoonlijk advies over verzekeringen, hypotheken en andere financiele vragen.

Maak een (bel) afspraak

Stuur ons een e-mail

Telefonisch contact

U kunt ons bereiken op nummer .